Nieuws

Terug naar overzicht

De (on)zekerheid van opvolgend werkgeverschap

Ondernemer

De (on)zekerheid van opvolgend werkgeverschap

De Hoge Raad heeft wat duidelijkheid geschapen in een van de onzekerheden van de WWZ.

Het bedrijf Constar werd, na faillissement, overgenomen door investeerders die geen relatie hadden met het failliete bedrijf. Aan een aantal werknemers, die al (langere tijd) in dienst waren van het “oude Constar”, werd een arbeidsovereenkomst aangeboden binnen het “nieuwe Constar”. Uiteindelijk bleek het bedrijf niet rendabel en werd aan de werknemers aangegeven dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zou worden voortgezet. De werknemers zijn vervolgens een procedure gestart bij de kantonrechter in Arnhem waarbij zij aanspraak maakten op een transitievergoeding omdat volgens hen sprake zou zijn van een voortgezet dienstverband nu de WWZ niet meer kijkt naar de vraag of er een relatie was tussen de oude werkgever en de doorstartende werkgever. Op zichzelf is dat standpunt juist wanneer uitsluitend wordt gekeken naar de WWZ. In de WWZ worden al dit soort dienstverbanden bij elkaar opgeteld, ook als er geen enkele relatie was tussen de oude en de nieuwe werkgever. Of dit werkelijk bedoeld is door de wetgever of een hiaat is, is niet duidelijk maar feit is dat de wet geen andere mogelijkheid lijkt te geven. Door OMVR is in de procedure bij de kantonrechter gesteld dat voor oude gevallen het oude recht van toepassing is en dat dus geen transitievergoeding verschuldigd is, omdat er geen band is tussen de oude en de nieuwe werkgever. De kantonrechter heeft dat verweer verworpen en heeft voor alle werknemers een transitievergoeding vastgesteld. Het ging om hoge bedragen nu de werknemers bij het oude bedrijf al lang in dienst waren. OMVR heeft hoger beroep ingesteld en het hof Arnhem oordeelde dat geen transitievergoedingen betaald hoefden te worden nu het oude recht van toepassing is omdat de overname plaatsvond voor 1 juli 2015. De Hoge Raad heeft op 17 november 2017 het door OMVR ingenomen standpunt overgenomen. Dit is niet alleen van belang voor de overname na een doorstart, maar kan ook van belang zijn voor opvolgende dienstverbanden buiten faillissement. Dat zal steeds van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Als criterium zal steeds gelden of er sprake is van een band tussen de oude werkgever en de nieuwe werkgever. Dat verband laat zich niet eenvoudig in een paar zinnen uitleggen. De Hoge Raad heeft verder geoordeeld dat de aanzegging (de mededeling dat een dienstverband voor bepaalde tijd gaat eindigen) onder omstandigheden kan gelden als een opzegging van een dienstverband. De Hoge Raad is van oordeel dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom in dit geval de aanzegging moet worden opgevat als een mededeling dat het dienstverband voor bepaalde tijd eindigt. Dat hangt ook samen met de omstandigheid dat de werknemer de vordering had beperkt waardoor de Hoge Raad vast zat aan het feitencomplex zoals dat aan hem was voorgelegd. Die vraag moet nog worden beantwoord door het hof in ’s-Hertogenbosch.

 

Frans van Oss

Meer nieuws

Aan verhuurders van bedrijfsruimte: vergeet niet te indexeren

Een indexeringsregeling in een huurovereenkomst is een tussentijdse aanpassingsmogelijkheid van de huurprijs. Zodra wij een verhuurder wijzen op...

Lees meer

Aan verhuurders van bedrijfsruimte: vergeet niet te indexeren

Een indexeringsregeling in een huurovereenkomst is een tussentijdse aanpassingsmogelijkheid van de huurprijs. Zodra wij een verhuurder wijzen op...

Lees meer

Wees alert op de nieuwe Arbowet

Op 1 juli 2017 wijzigt de Arbowet. Wat betekent dit voor u en bent u hier op voorbereid? In dit artikel ga ik in op de wijzingen die voor werkgevers...

Lees meer
Website doorMotivo2017 © Alle rechten voorbehouden