Nieuws

Terug naar overzicht

Omzetting WSNP: Hoge Raad corrigeert misverstand

Ondernemer

Omzetting WSNP: Hoge Raad corrigeert misverstand

De Hoge Raad heeft in het arrest van vrijdag 14 april jl. een “misverstand” gecorrigeerd ten aanzien van één van de vereisten bij een verzoek tot omzetting van een faillissement naar een schuldsanering en komt daarmee terug op een eerder arrest van 13 maart 2015.

Een natuurlijk persoon die in staat van faillissement verkeert heeft de mogelijkheid een verzoek in te dienen bij de rechtbank zijn faillissement op te heffen onder het gelijktijdig van toepassing laten verklaren van de schuldsaneringsregeling (“omzettingsverzoek”). Doel is het aantal faillissementen van natuurlijke personen zoveel als mogelijk terug te dringen ten gunste van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient te voldoen aan een aantal (wettelijke) eisen. Eén van deze eisen is dat het verzoek dient te worden vergezeld door een met redenen omklede verklaring waaruit volgt dat er geen reële mogelijkheden zijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, welke verklaring dient te zijn afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar/verzoeker. De gedachte achter deze eis is te bewerkstelligen dat er professionele schuldhulpverlening plaatsvindt voordat een beroep op de schuldsaneringsregeling kan worden gedaan.

In het arrest van 13 maart 2015 (HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:589, NJ 2015/157) heeft de Hoge Raad overwogen dat moet worden aangenomen dat ook voor een omzettingsverzoek geldt dat de schuldenaar/failliet met behulp van professionele schuldhulpverlening moet hebben geprobeerd om een buitengerechtelijke schuldregeling te treffen. Maar een gefailleerde schuldenaar die een omzettingsverzoek wil doen is zelf als gevolg van het faillissement niet meer in staat een buitengerechtelijke schuldregeling te beproeven. In het arrest van 13 maart 2015 heeft de Hoge Raad dan ook overwogen dat een redelijke wetstoepassing meebrengt dat bij een omzettingsverzoek een schriftelijke verklaring van de curator kan worden gevoegd waaruit volgt dat de curator heeft onderzocht of (1) de gefailleerde aan zijn gezamenlijke schuldeisers een akkoord (in de zin van artikel 138 Fw) kan aanbieden én (2) dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. In het arrest van vrijdag 14 april jl. (HR 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:696) overweegt de Hoge Raad dat deze laatste toevoeging, te weten dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, berust op een misverstand. Voldoende is dat de curator heeft onderzocht of de gefailleerde aan zijn gezamenlijke schuldeisers een faillissementsakkoord kan aanbieden.

Harderwijk, 21-04-2017

Meer nieuws

Aan verhuurders van bedrijfsruimte: vergeet niet te indexeren

Een indexeringsregeling in een huurovereenkomst is een tussentijdse aanpassingsmogelijkheid van de huurprijs. Zodra wij een verhuurder wijzen op...

Lees meer

Aan verhuurders van bedrijfsruimte: vergeet niet te indexeren

Een indexeringsregeling in een huurovereenkomst is een tussentijdse aanpassingsmogelijkheid van de huurprijs. Zodra wij een verhuurder wijzen op...

Lees meer

Wees alert op de nieuwe Arbowet

Op 1 juli 2017 wijzigt de Arbowet. Wat betekent dit voor u en bent u hier op voorbereid? In dit artikel ga ik in op de wijzingen die voor werkgevers...

Lees meer
Website doorMotivo2017 © Alle rechten voorbehouden